Budesonide + formoterol fumaraat

ATC: R03AK07

Ouderenzorg

Selecties

  • Astma:
    • Onderhoudsbehandeling van persisterend astma, als het gebruik van een combinatiepreparaat wenselijk is.*
    • Symptoombehandeling van astma, wanneer hetzelfde preparaat ook wordt gebruikt als onderhoudsbehandeling.*

*off label use, niet opgenomen in de SKP.

Motivatie

MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE

Volgens de GINA-richtlijn moet elke persoon met bevestigd astma beschikken over een inhalator voor gebruik zo nodig bij het optreden van astmasymptomen.

Het gebruik van een combinatiepreparaat van ICS en een snelwerkende LABA (formoterol) wordt volgens GINA aanbevolen:

  • Bij het optreden van symptomen bij lichte vormen van astma zonder nood aan onderhoudsbehandeling (AIR: Anti-inflammatory Reliever Therapy).
  • Als onderhoudsbehandeling van astma én bij het optreden van symptomen bij onvoldoende astmacontrole met AIR-therapie alleen (MART: Maintenance And Reliever Therapy).
Keuze tussen de verschillende combinatiepreparaten:
  • De combinatiepreparaten met formoterol vertonen onderling geen verschillen in effectiviteit, veiligheid en kosten.
Keuze tussen de verschillende toedieningsvormen:
  • Er wordt een onderscheid gemaakt tussen dosisaerosols en inhalatiepoeders. Kies in overleg met de patiënt een toedieningsvorm waarmee hij/zij goed kan omgaan.
  • Bij dosisaerosols gaat het om een oplossing of suspensie voor inhalatie.
    • Een aerosol wordt gecreëerd door verneveling via vrijstelling van een drijfgas of door mechanische energie.
    • Bij het combinatiepreparaat met budesonide en formoterol is een drijfgas aanwezig voor aerosolvorming.
    • Patiënten moeten voldoende hand-longcoördinatie hebben. Bij oudere personen met een beperkte cognitieve status of met een slechte hand-longcoördinatie in het aanbevolen een voorzetkamer te gebruiken.
  • Bij inhalatiepoeders wordt een aerosol gevormd door dispersie, hierbij is voldoende inspiratiekracht nodig. Oudere personen ontbreken vaak aan inspiratiekracht, waardoor deze systemen minder geschikt zijn.
Indicatie
Onderhoudsbehandeling van persisterend astma Noodmedicatie bij astma
Criteria voor
de selectie
Werkzaamheid
Veiligheid
Gebruiksgemak + +
Prijs
Expert
consensus
+ +


Dosering

Geen dosisaanpassing nodig op basis van leeftijd.
In combinatie met een voorzetkamer.
  • Onderhoudsbehandeling: budesonide 160µg / formoterol 4,5µg, 2 x per dag 1 à 2 doses, max 640 µg/18 µg per dag.
  • Noodmedicatie: budesonide 160µg / formoterol 4,5µg, 1 dosis.

In geval van nierfalen

  • Er zijn geen gegevens beschikbaar voor het gebruik bij patiënten met een verstoorde nierfunctie.
  • Budesonide en formoterol worden voornamelijk geëlimineerd via de lever.

De rubrieken hieronder verwijzen naar de geneesmiddelgroep waartoe het hier beschreven geneesmiddel behoort, indien deze beschikbaar zijn in het Gecommentarieerd Geneesmiddelen Repertorium.

Bijzondere voorzorgen

  • Verneveloplossing: elk contact van de oplossing met de ogen vermijden.
  • Bèta2-mimetica
    • Bij patiënten met hyperthyreoïdie of instabiel cardiovasculair lijden (bv. recent myocardinfarct, levensbedreigende hartaritmieën, ernstig hartfalen) dienen bèta2-mimetica voorzichtig te worden gebruikt.
  • Inhalatiecorticosteroïden
    • Vooral bij oudere patiënten: risico van systemische ongewenste effecten bij langdurig gebruik van hoge doses, vooral bij comorbiditeiten: daling van de botdensiteit, cataract, openhoekglaucoom, verdunning van de huid en huidletsels.

Ongewenste effecten

  • Bèta2-mimetica
    • Bij inhalatie van middelen kunnen systemische effecten optreden, zij het minder dan bij systemische toediening.
    • Nervositeit, slapeloosheid, hoofdpijn, tremoren.
    • Palpitaties, tachycardie, verhoogde bloeddruk, aritmieën (zelden).
    • Hypokaliëmie bij hoge doses bij parenterale toediening of na verneveling.
    • Zelden: paradoxale bronchospasmen (vooral bij jonge kinderen); tijdelijke verhoogde lactaatspiegel.
  • Inhalatiecorticosteroïden
    • Systemische ongewenste effecten (zie 5.5. Corticosteroïden), vooral bij langdurig gebruik van hoge doses; bijnierschorsinsufficiëntie bij kinderen is vastgesteld bij dagdoses vanaf 800 μg budesonide of equivalent; andere systemische ongewenste effecten zoals vertraagde groei worden gezien bij lagere doses, en een gering negatief effect op de uiteindelijke lengte is niet uit te sluiten. Bij volwassenen is er mogelijk een verhoogd fractuurrisico.
    • Heesheid, faryngitis en orale, faryngeale en oesofageale candidose, vaak asymptomatisch; het risico van candidose kan verminderd worden door gebruik van een voorzetkamer en door na de inhalatie te gorgelen met water.
    • Verhoogd risico van pneumonie bij gebruik bij COPD.
    • Risico op infectie met mycobacteriën.

Interacties

  • Bèta2-mimetica
    • Verminderd effect van bèta2-mimetica bij associëren met bèta-blokkers (zeker de niet-selectieve), ook bij gebruik van de bèta-blokkers in de vorm van oogdruppels (zie 1.5. Bètablokkers).
    • Verhoogd risico van hypokaliëmie bij gelijktijdig gebruik van middelen die hypokaliëmie uitlokken, bv. diuretica of theofylline.
    • Indacaterol is een substraat van CYP3A4 en van P-gp (zie Tabel Ic. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
    • Salmeterol is een substraat van CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).
    • Vilanterol is een substraat van CYP3A4 en van P-gp (zie Tabel Ic. en Tabel Id. in Inl.6.3.).
  • Inhalatiecorticosteroïden
    • Budesonide en fluticason zijn substraten van CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.) met risico van systemische effecten (o.a. syndroom van Cushing) bij associëren met sterke CYP3A4-inhibitoren (onder andere de combinatie van fluticason en ritonavir). Budesonide is daarenboven een substraat van P-gp (zie Tabel Id. in Inl.6.3.).
    • Mometason is een substraat van CYP3A4 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).

Contra-indicaties

  • Longtuberculose.

Prijstabel