Selecties
- Voorkamerfibrillatie: preventie van trombo-embolische events: tweede keuze wanneer antistolling wordt overwogen, als alternatief voor DOAC's wanneer deze laatste gecontra-indiceerd of niet aanbevolen zijn. *
- Behandeling en secundaire preventie van VTE (veneuze trombo-embolie): middellange en langdurige behandeling (aansluitend op de initiële behandeling met LMWH), tweede keuze, als alternatief voor DOAC's wanneer deze laatste gecontra-indiceerd of niet aanbevolen zijn. *
* d.w.z. voornamelijk bij patiënten met klepprothese of mitraalstenose, maar ook in gevallen van antifosfolipidensyndroom of bij gelijktijdig gebruik van sterke remmers (of inductoren) van CYP3A4 of P-gp.
Motivatie
MOTIVATIE VOOR DE SELECTIE
- VKA's en DOAC's hebben een vergelijkbare werkzaamheid bij trombo-embolische preventie.
- DOAC 's zijn veiliger dan VKA's, met een lager risico op majeure bloeding en op interacties met andere geneesmiddelen. Bij oudere patiënten lijkt het voordeel van DOAC's ten opzichte van VKA's echter minder duidelijk. Bovendien worden DOAC's soms afgeraden of gecontra-indiceerd (zie * bij rubriek Selectie).
- Warfarine is de best bestudeerde vitamine K-antagonist.
| | Indicatie |
| Trombo-embolische preventie bij VKF | Behandeling en secundaire preventie van VTE |
Criteria voor de selectie | Werkzaamheid | + | + |
| Veiligheid | | |
| Gebruiksgemak | | |
| Prijs | + | + |
Expert consensus | | |
Interacties
- Verhoogd risico van bloeding bij inname van meerdere antitrombotische
middelen of bij associëren van vitamine K-antagonisten met andere
middelen die bloeding kunnen veroorzaken zoals de NSAID's, de SSRI’s
en de serotonine- en noradrenaline-heropnameremmers (SNRI’s).
- Bepaalde geneesmiddelen kunnen het anticoagulerend effect van
de vitamine K-antagonisten beïnvloeden door farmacodynamische of farmacokinetische
mechanismen (dit laatste vooral door invloed op hun afbraak). Ook
met sommige middelen op basis van planten en voedingsmiddelen wordt
een interactie vermoed, maar hierover bestaat veel minder duidelijkheid.
- De farmacodynamische interacties gelden voor de drie beschikbare
vitamine K-antagonisten. De farmacokinetische interacties gelden zeker
voor warfarine, dat best bestudeerd is, maar waarschijnlijk ook voor
acenocoumarol en fenprocoumon.
- De voornaamste interacties worden vermeld in Tabel 2a. in 2.1.2.1.1.
- Bij associëren van eender welk geneesmiddel is voorzichtigheid
geboden. Meer frequente meting van de INR nodig, zeker bij associëren
van een geneesmiddel vermeld in Tabel 2a. in 2.1.2.1.1.
- De vitamine K-antagonisten zijn substraten van CYP2C9; warfarine
is daarnaast ook een substraat van CYP1A2 en van CYP2C19 (zie Tabel Ic. in Inl.6.3.).
Tabel 2a. INVLOED VAN GENEESMIDDELEN OP
HET EFFECT VAN DE VITAMINE K-ANTAGONISTEN
De meeste informatie is afkomstig van observaties met warfarine,
maar er wordt verondersteld dat de waarschuwing ook geldt voor de
andere vitamine K-antagonisten. Wanneer hieronder een klasse wordt
vermeld, worden de geneesmiddelen behorend tot deze klasse niet apart
vermeld.
|
TOENAME OF DALING VAN HET EFFECT Werd beschreven
met volgende middelen en klassen:
|
|
TOENAME VAN HET EFFECT Werd beschreven met
volgende middelen en klassen:
- Acetylsalicylzuur
- Amiodaron
- Androgenen en anabole steroïden
- Antibiotica
- Andere antitrombotica (antiaggregantia, anticoagulantia,
trombolytica)
- Capecitabine
- Cefalosporines (vooral cefazoline)
- Cimetidine
- Corticosteroïden (vooral bij systemisch gebruik van hoge
doses)
- Co-trimoxazol
- Deferasirox
- Disulfiram
- Fibraten
- Fluconazol
- Fluorouracil
- Itraconazol
- Leflunomide
- Levothyroxine
- Metronidazol (wellicht ook met ornidazol)
- Miconazol (alle toedieningsvormen)
- Noscapine
- NSAID’s
- Omega-3-vetzuren (vooral hoge doses)
- Orlistat
- Piroxicam
- Propafenon
- SSRI’s en SNRI’s
- Statines (vooral rosuvastatine)
- Sulfamethoxazol
- Tamoxifen
- Tegafur
- Tibolon
- Voriconazol
- Vortioxetine
|
|
DALING VAN HET EFFECT Werd beschreven met
volgende middelen:
- Aprepitant
- Azathioprine
- Bosentan
- Carbamazepine
- Colestyramine
- Enzalutamide
- Fenobarbital
- Flucloxacilline
- Fosaprepitant
- Letermovir
- Mercaptopurine
- Primidon
- Propylthiouracil
- Rifampicine (mogelijk ook met rifabutine, rifamycine en rifaximine)
- Sigarettenrook
- Sint-janskruid
- Teriflunomide
- Thiamazol
- Vitamine K
|